Vielener verhaole

Op deze pagina staan verhalen uit de jaarboeken van de Noabere va Viele. Dit keer een verhaal van Hans Hermans uit het 1e jaarboek van de Noabere uit 2013.


De lange weg van Uillam naar Vijlen

Hans Hermans

In de middeleeuwen hadden belangrijke personen en plaatsen van betekenis drie namen. Naast de gebruikelijke dialectnaam was er ook een officiële naam die in kerkelijke documenten meestal gelatiniseerd werd. Spreken we over Karel van Herstal, dan spreken we over Karel de Grote en Carolus Magnus. De plaatsnaam Villam (1016), Vile (1179), Vylen (1352), Villa (1897) werd in de loop der jaren door verschillende personen op diverse manieren in het Latijn vertaald. De plaats werd ook wel eens Vilaris genoemd en als zeer oude vermelding komen we Uillam tegen. In latere tijden ook Vijhlen, Vijlhen en thans Vijlen.

Mensen die zich bezig houden met het ontcijferen van chronogrammen weten dat in het Latijn de V en U vaker verwisseld worden, zodat wij hier Uillam als ‘Villam’ moeten lezen. Dat de plaatsnaam ooit afgeleid werd van het Latijnse vilaris of villare (huis behorend bij een hoeve) of eventueel van villa rustica (luxe woonhuis), ligt voor de hand.1 en 2 Vanaf het begin van onze jaartelling tot tegen het einde van de vierde eeuw, waren Romeinen hier heer en meester. Grote arealen vruchtbare lössgrond werden door hen in cultuur gebracht, waarbij ze graag gebruik maakten van de arbeidskracht van Germaanse werklieden. Maar door een crisis in Italië kwam hier in de loop van de derde eeuw voorlopig een einde aan het Romeins despotisme. Onder druk van Frankische stammen moesten Romeinen in 258 de Limes Vahalis (Waalgrens) verlaten en trokken zich terug achter de Limes Belgicus, die in 270 ook onder druk kwam te staan. Het lukte de Romeinen in 333 hier de orde te herstellen, maar door chaos in Rome zag de legerleiding zich genoodzaakt soldaten vanuit het ‘Mergelland’ naar Rome te verplaatsen. Dit gebied raakte geleidelijk ontvolkt en vruchtbare akkers veranderden in onland. De Via Belgica, de bekende Romeinse heerweg van Boulogne-sur-Mer via Tongeren, Maastricht en Heerlen naar Keulen verloor aan betekenis en werd met de naam Limes Belgicus een limiet- of grensweg, die ironisch Limes Allius (knoflookgrens) genoemd werd. Deze werd onvoldoende bewaakt, zodat de oprukkende Franken hier gemakkelijk voet aan de grond konden krijgen.3

De lange weg van Uillam naar Vijlen -1
Figuur 45: “Vihlen den 5 april 1812” detail uit het Registre de la Fabrique de la Succursale de Vihlen de l’an 1812 (bron: collectie Wiel Felder)

Volksverhuizing
Vergeten wij niet dat in Oost-Europa in 375 Germaanse stammen voor de Hunnen op de vlucht sloegen en zij op hun beurt bij ons de verzwakte Romeinse occupanten dwongen een grote stap terug te zetten. Germaanse coterieën die hier door een eeuwenlange Romeinse bezetting geromaniseerd waren gaven er toen ook de voorkeur aan om te verhuizen en vestigenden zich in Wallonië en Picardië. De diverse migratiegolven kunnen we plaatsen in het kader van de Grote Volksverhuizing, waarvan sommige historici beweren, dat die nooit plaatsgevonden heeft.

De lange weg van Uillam naar Vijlen -2
Figuur 46: “Vilen” detail van een reproductie van Limburgi Ducatus et Comitatus Valckenburgi nova descriptio per N. Visscher, ca. 1677 (bron: collectie Wiel Felder)

We weten dat zich hier enerzijds Franken vanuit het noorden en oosten vestigden, anderzijds is bekend dat Romeinse landbouwers, legionairs en veteranen er de voorkeur aan gaven om terug te keren naar Italië. Niet zelden namen zij hun ondergeschikten mee en blonde Germaanse meiden lagen hoog in koers.4 Hier deed zich de uitzonderlijke situatie voor, dat geromaniseerde Germanen op de vlucht waren voor Germaanse Franken. Ailne

Dat ligt voor hand als we weten, dat hier onder invloed van vier eeuwen Romeinse suprematie, het oorspronkelijke Germaanse taalgoed vernietigd werd. Dat gold in meerdere mate voor het Keltisch idioom, dat door de stam der Eburonen gesproken werd en waarvan bekend is, dat de stam al veel eerder door Romeinen uitgeroeid werd.5 We weten dat toen aanzienlijk meer mensen emigreerden dan immigreerden, zodat hier steeds meer akkers braak kwamen te liggen en in onland veranderden. Het is nog maar de vraag of alle Romeinse nederzettingen voortaan door Franken bewoond werden. Musea geven immers blijk van talrijke vondsten uit de Romeinse tijd, maar geven toe, dat uit de Frankische tijd veel minder artefacten aanwezig zijn.

Littemala
Omdat er toen van een immense ‘krimp’ sprake was veranderen de akkers in onland. We weten niet of Vijlen na het vertrek van de Romeinen een witte vlek op de landkaart was. In de literatuur is er rond 947 sprake van een plaats met de naam Littemala, die reeds in 7e eeuw bestond en die eventueel met ‘het kleine onland’ vertaald zou kunnen worden. Waar lag Littemala? Sommige heemkundigen denken aan Vijlen, Nijswiller of Mamelis. In de buurt van Mamelis, aan de voet van de Kelderweg, liggen de fundamenten van een Romeinse villa.6 Dat de naam Mamelis door een letteromzetting (metathesis) ontstond uit Littemala is een gissing. Er wordt ook wel eens de plaats Limmel genoemd.7 Historici zoeken het iets verder en denken aan Limal bij Nivelles of aan Lude bij Hamal. We weten inmiddels hoe Vijlen, door een Romeinse villa aan zijn naam kwam, maar weten niet zeker hoe Vijlen tussen 400 en 1000 genoemd werd. Volgens prof. Tummers werd Vijlen in 1041 Vilaris genoemd.8

De lange weg van Uillam naar Vijlen -3
Figuur 47: Kombord Vijlen-Viele (foto: Hans Hermans)

Maar hoe wisten Frankische- en/of Waalse landverhuizers, die zich hier vestigden, dat de plaats in de Romeinse tijd naar een ‘villa’ genoemd werd?

Taaleilanden
Na het vertrek van de Romeinen werd ons gebied niet meteen door Franken overspoeld en we mogen aannemen dat hier een mengcultuur samen met geromaniseerde Germanen ontstond, die de lange reis naar een onbekende bestemming niet aandurfden. Later was er zelfs sprake van een omgekeerde migratiegolf. Hier vestigden zich opnieuw Walen zodat er Romaanse taaleilanden konden ontstaan en volgens historicus Tummers verdwenen hier de laatste Waalse nederzettingen zo rond de tiende eeuw. Maar waar bevonden zich die taaleilanden? Eventueel zou een volksrijmpje uitkomst kunnen bieden: “De Welsje zunt heij nit mieë, mer v’r zaage noch ummer Adieë!” De Romeinse afscheidsgroet Ad Deum (God beschermt), luidt in Spanje Adiós, in Italië Addio, in Frankrijk Adieu, in Luik Adiè en in onze voormalige Waalse contreien Adieë. In de gemeente Gulpen-Wittem is de groet inmiddels op de plaatsnaamborden terecht gekomen. Terwijl wij in het Mergelland trots zijn op deze eeuwenoude groet, denken onze oosterburen daar heel anders over en horen wij hun adagium: “Fort mit dem welschen Gruß ‘Adieu’, wir grüßen deutsch ‘Auf Wiedersehen’!” Toch werden ook in Duitsland belangrijke documenten in het Latijn geschreven zodat ook de plaatsnaam Aken op een dozijn verschillende manieren gelatiniseerd werd. Het is niet bekend of de bij ons wonende Franken en Walen vreedzaam met elkaar omgingen. Wellicht kunnen we het vergelijken met hedendaagse nederzettingen aan de Donau in Hongarije, waar Duitse Donau-Schwaben, Slavische Serven en oorspronkelijke Magyaren ieder hun eigen stek en subcultuur hebben. Historicus M. Gysseling stelt dat de naam Vijlen vermoedelijk werd afgeleid van ‘Villàna’ en dat het gebied van Aken-Vaals in de vijfde eeuw deel uitmaakte van het Germaans-Romaanse menggebied.9

De lange weg van Uillam naar Vijlen -4
Figuur 48: “Vijhlen” handschrift onder een kadastrale kaart van 10 april 1841 (bron: collectie Wiel Felder)

Villam werd Vijlen
De pastoor van Vijlen werd benoemd door de abdis van Burtscheid, die ‘Gruntfrau van Villen’ was. Reeds in 1171 was er sprake van een vrijgoed (allodium) en Vijlen bleef een allodium tot 5 april 1795, toen kerkelijke goederen door de Franse bezetter geconfisqueerd werden.10 In de loop van de eeuwen groeide Vijlen uit tot een clustergemeenschap bestaande uit zes coterieën (buurschappen of rotten) met de namen: Vijlen (straat), Vijlenberg, Rott, Mamelis, Camerig en Cottessen, die keurig in de Particuliere Ordonnanties aangaande de ses Villener Rotten, genoemd werden.11 Reeds in 1539 was hier sprake van een ‘Vereniging Noaberschap Villender Rotten’.12
Het is heel bijzonder dat een variatie van de oorspronkelijke naam Villam (1016) zich zo lang kon handhaven want in het midden van de 17e eeuw wordt de plaats Vylen genoemd. De ‘verhollandsing’ van plaatsnamen, ook wel ‘Batavisme’ genoemd, nam toe in het midden van de 19e eeuw. Op een gegeven moment kwamen er de ‘puntjes’ op ij, zodat thans de schrijfwijze ‘Vijlen’ officieel is. Dat gebeurde ook met Nijswiller, Wijlré en Wijk bij Maastricht. Maar in Wyk klommen de inwoners op de barricade en het is Wyk gebleven. Ailne
Zo nu en dan ontdekken we curieuze uitzonderingen van de schrijfwijze van de plaatsnaam: Toen de inwoners van de Vijlener rotten op 8 december 1859 een rekest aan Koning Willem III en de regering te ’s-Gravenhage richtten met het verzoek om los te komen van Vaals werd de plaats ‘Vijhlen’ genoemd.13
Toen mijn grootouders Johann Mathias Werker en Maria Josephina Schins op 25 februari 1897 in Vijlen in het kerkelijk huwelijk traden, schreef pastoor J.P.Savelberg in hun trouwboekje: “Contraxerunt matrimonium in Villa”. (Zij sloten een huwelijk in Vijlen.) Toen die pastoor op 17 november 1901 overleed vermeldde zijn bidprentjes de woonplaats ‘Vylen’.
Toen op 27 mei 1936 hun zesde kind Josefina Werker (mijn moeder), in de kerk van Vijlen in het huwelijk trad met Josef Hermans, schreef pastoor W. Vorage in hun trouwboekje: “Sacramento matrimonii juncti sunt Josephus Hermans at Vaals et Josephina Werker in Villa die 27 mensis Maji anno 1936 in ecclesia parochiali de Villa dedicata Sancto Martino (ubi) in dioecesi Ruraemendenti coram me parochiano. Quod testor W. Vorage, parochianus.” 14
(Door het sacrament van het huwelijk werden in de aan de heilige Martinus gewijde parochiekerk van Vijlen in het bisdom Roermond op 27 mei 1936 Josef Hermans uit Vaals en Josephina Werker uit Vijlen in de echt verbonden. Ik stel dit vast als getuige W. Vorage, pastoor.)
Tien jaar later (1946) schreef veldwachter A. Schramm, die na de oorlog in Mamelis woonde, een publicatie over ‘Het Villener Boesch’. De afdeling Vijlen-Vaals van het Instituut Voor Natuurbeschermingseducatie (IVN) bracht op 25 mei 1981 een educatieve wandelgids voor de gemeente Vaals en Omstreken op de markt en noemde het boekje ‘Villa-Vallis’.
De naam ‘Villare’ kwam ook weer in het nieuws toen vinoloog Stan Beurskens van wijngaard Sint Martinus die naam koos voor één van zijn voortreffelijke rode wijnen.
Het Staatsbosbeheer vermeldde in 2007 op het informatiebord van hun toenmalig beheerscentrum te Vijlen ‘Vielenderboesch’. Dat die schrijfwijze niet conform de Vijlener klankleer is, mocht de pret niet drukken. Het een en ander mag duidelijk stellen dat op de lange weg tussen Uillam en Vijlen, uit ambtelijke en kerkelijke, dubieuze en curieuze overwegingen veel verschillende schrijfwijzen gebruikt werden.

Epiloog
Het was een gelukkige keuze van enthousiaste inwoners van Vijlen, om hun fonkelnieuwe heemkundekring ‘De Noabere va Viele’ te noemen. Op 8 mei 2013 werd de geboorte van de vereniging door een notariële akte bekrachtigd. Met die treffende naam stelt de plaatselijke heemkundekring duidelijk dat de plaatsnaam ‘Viele’ nog bestaat en door onvervalste ‘Noabere’ geprolongeerd zal worden.

1 J.F. van Agt: Zuid-Limburg, Vaals, Wittem en Slenaken, blz. 157, Den Haag 1983.
2 J. Renes: De geschiedenis van het Zuidlimburgse cultuurlandschap, blz. 255, Maastricht 1988.
3 Hans Hermans: Jesjpoort & Jesjtivvelt, deel I, blz. 137, Simpelveld 2002.
4 Felix Dahn: Die Völkerwanderung, blz. 258, Berlin 1977.
5 J. Venner: Canon van Limburg, blz. 29, Venlo 2009
6 Frank van den Hoven: Op ontdekkingstocht door Zuid-Limburg, blz. 581, Leerdam 2003
7 M. Schrijnemakers: De Maasgouw blz. 82 enz., 1963
8 J. Renes: De geschiedenis van het Zuidlimburgse cultuurlandschap, blz. 255, Maastricht 1988.
9 Frans Crutzen: De bouw van de Weberker te Vijlen 1859-1883, blz. 124, Valkenburg aan de Geul 2012.
10 Christian Quix: Geschichte der ehemalige Reichsabbtei Burtscheid, blz. 181enz., Aachen 1834
11 Ordonnantie van den brand aangaande de ses Villener Rotten, Maastricht 18 december 1780.
12 K.J. Janssen de Limpens, blz. 197 enz., Publications nr. 109, Maastricht 1973.
13 Frans Crutzen: De bouw van de Weberkerk te Vijlen 1859-1883, blz. 43, Valkenburg aan de Geul 2012.
14 Dietmar Kottmann: Dank voor vertaling van teksten uit het Latijn, Aken 29 augustus 2013.
Ailne Anonymus in libro non edito