De Martinuskerk

De Kerk

Als een baken steekt de toren van de St. Martinuskerk boven het omringende Heuvelland uit.
Het is het markante startpunt van de wandeling “Vijlens Verleden”, gelegen op 195,62 m hoogte. Daardoor is het één van de hoogstgelegen kerken van Nederland.

In het kerkdorp Vijlen heeft de kerk altijd een centrale en verbindende plaats ingenomen voor de verspreid liggende “rotten” (buurtschappen). De rot rond de kerk, Berg geheten, groeide in de loop van de laatste twee eeuwen uit tot het huidige dorp.
Het is niet bekend wanneer de eerste kerk op deze plaats werd gebouwd. De huidige neogotische hallenkerk werd gebouwd tussen 1860 en 1879 door de architect Carl Weber. De kerk zelf was al in 1862 gewijd, maar de bouw van 58 m hoge toren nam meer tijd in beslag.

De geschiedenis van Vijlen is nauw verbonden met de eeuwenoude abdij van Burtscheid, bij Aken. Door Keizer Hendrik ll werd in 1016 de hoeve “Uliam” met de bijbehorende rechten aan de abdij geschonken. Dit eigendom bleef bestaan tot aan het einde van de 18de eeuw. In de oostelijke buitenmuur, boven de ingang van de sacristie, is het wapen van de abdissen van de abdij van Burtscheid te zien.