De Cementfabriek

In het gebied rond Vijlen zit zeer veel mergel in de grond. Mergel kende verschillende toepassingen. Het kon in blokken worden gezaagd en dan worden gevormd tot bouwsteen. Of het werd uitgehakt en uitgestrooid over de akkers, of gebrand om er witsel voor het witten van huizen of kalkmortel van te maken.
In de hellingen van Vijlen was het mogelijk de mergel via dagbouw te winnen en deze in de kalkovens te branden tot kalkmortel of cement.
Hiervoor werd vlak langs de hogerop gelegen doorgaande weg de eerste cementfabriek van Nederland gebouwd. Hier ziet u de ruïnes van de tweede fabriek, die ter vervanging van de eerste werd gebouwd.
De cementfabriek opende in 1875 en de benodigde mergel werd eerst in een groeve op het fabrieksterrein gewonnen. Later, vanaf 1877, werden tunnels in de berg gegraven. Op last van de Ingenieur van de Mijnen werd vanaf 1880 dagbouw toegepast aan het einde van een van de tunnels, aan de overkant van de weg. De overige tunnels werden gedicht.

De cementfabriek zorgde voor een periode van economische en industriële ontwikkeling. Met name gedurende de Eerste Wereldoorlog werden er goede zaken gedaan.
Enerzijds de geïsoleerde ligging van Vijlen, waardoor het vervoer een belangrijke kostenpost was, en anderzijds de goedkope concurrentie uit het buitenland maakten vanaf 1919 een einde aan de opleving van deze economische activiteit van het dorp. Na nog enkele pogingen om deze industrie in Vijlen nieuw leven in te blazen, onder andere door de ENCI, kwam er in 1929 definitief een einde aan Vijlense de cementfabriek.

In de Tweede Wereldoorlog werden de tunnelgangen gebruikt als schuilkelder voor de bevolking van Vijlen.